Licht blijft aan bij energieke expositie over verloren Stroomhuis
© Kamila Maya
Wat doe je als het gebouw dat jarenlang als thuis voelde, door brand verwoest wordt? De alternatieve muzikanten en kunstenaars van het Stroomhuis gaan niet bij de pakken neerzitten. In een tentoonstelling komt de rauwe energie van het Stroomhuis weer even terug.
Tijdens de opening van de tentoonstelling Waar Anders? bij Salon Veneman is de sfeer gemoedelijk. Oude vrienden begroeten elkaar, een flesje bier in de hand, hier en daar wordt een joint gerookt. Truus de Groot zingt, gastheer Woody Veneman danst op haar hallucinante beats. Aan de muur hangt de uitvergrote persfoto van die fatale dag, 17 oktober 2024. Terwijl de vlammen hoog oplaaien uit het pand dat André Amaro twintig jaar eerder kraakte, staan de gekleurde neonletters ‘STROOMHUIS’ op de gevel nog aan.
Iedereen hier heeft wel een persoonlijk verhaal over het Stroomhuis: Woody, die vanaf het begin de oefenruimte in de kelder gebruikte om zijn muziek te maken; Munne, die zijn neonletters speciaal voor deze tentoonstelling heeft gerestaureerd en fikse ruzie met de politie kreeg omdat hij lange tijd zijn eigen fiets niet uit het ingestorte Stroomhuis mocht halen; en Meis, die samen met Woody Veneman de expositie samenstelde. „Die avond was ik bij een concert van The Wytches, een band waar ik me heel sterk mee verbonden voel. Als een van de laatsten ging ik weg. Een paar uur later stond het in brand.”
We hebben ook het raampje waar André Amaro ooit doorheen gekropen is om het Stroomhuis te kraken.
Woody Veneman, Salon Veneman
Na de brand lag het Stroomhuis in puin. Mark Thresh wist nog een paar ‘relikwieën’ uit de puinhopen te halen. Dus hangt nu de met graffiti en stickers bedekte brievenbus in de expositie, en de discobol in de vorm van een schedel. „Toen de brand uitbrak, was die net bij de maker thuis voor reparatie”, vertelt Woody. „We hebben ook het raampje kunnen meenemen waar André Amaro ooit doorheen gekropen is om het pand te kraken.” Het bruin uitgeslagen raampje in een smal ijzeren frame krijgt door dat verhaal een indrukwekkende lading.
Niet loslaten
Dat de groep die door de brand ‘dakloos’ geworden is een nieuw, gelijkwaardig onderkomen kan krijgen, is verre van vanzelfsprekend. In een van haar songs uit Truus de Groot stevige kritiek op de gemeente, die ‘alleen maar het soort kunst wil dat ze al kent’ en zich in haar ogen niet voldoende inspant om deze gemeenschap te helpen. Meis legt uit: „Wij zijn geen sportclub die ook wel blijft bestaan als je er zelf geen lid meer van bent. Als wij elkaar loslaten, dan bestaan we niet meer als groep. Sinds de brand is het een voortdurende, actieve oefening om bij elkaar te zijn. Het wordt ons niet vanzelf gegund.”
Tijn (die zoals veel kunstenaars ook geen achternaam gebruikt) is, net als Meis, betrokken bij Nieuw Eindhovens Peil (N.E.P.). „We zijn een ander collectief dan het Stroomhuis, maar we komen daar wel uit voort”, legt hij uit. Zelf heeft hij met zijn band een album opgenomen in het Stroomhuis, en hij was er meer dan tien jaar kind aan huis.
Na veel gesoebat met de gemeente is er inmiddels toekomstperspectief. Op 26 september is de feestelijke opening van De Beuk, de tijdelijke locatie op het VDMA-terrein aan de Vestdijk. „Daar komt weer een repetitieruimte”, vertelt Tijn, „en we gaan concerten organiseren. Popronde bijvoorbeeld, op 2 oktober.”
Hij hoopt dat ze daar kunnen blijven totdat de voormalige basisschool aan de Kronehoefstraat verbouwd is en N.E.P. daar kan intrekken. Meis: „Ik hoop dat het gaat lukken. Het is zo belangrijk dat er een plek is waar iedereen kan zijn zoals die is. Voor velen van ons was het Stroomhuis ons thuis.”
https://www.ed.nl/eindhoven/licht-blijft-aan-bij-energieke-expositie-over-verloren-stroomhuis~a8078734/